Fabricage van Papier
Het ruwe materiaal dat wordt gebruikt voor papierfabricage zijn vezels van cellulose of katoen

Pulp is het basismateriaal bij de fabricage van papier en kan worden gemaakt van verschillende materialen; van hout of plantaardige vezels van stro, hennep, linnen, katoen en gerecycled papier.
Als het van lompen (gebruikt katoen) wordt gemaakt, wordt het eerst gezeefd en gewassen. Vervolgens laat men het enige weken fermenteren. Dan worden de lompen in stukken gesneden en vermalen in speciale machines.

In geval van hout worden de boomstammen ontdaan van de bast en verspaand. De spaanders worden vervolgens verpulverd in persen. De houtdeeltjes worden gefilterd en schoongemaakt in diverse baden totdat er een homogene pulp ontstaat.
Hedendaags pulp is meestal een mix van houtvezels en gebruikt papier, waaraan een lijm is toegevoegd om het papier sterker te maken
.

Moderne papierfabricage wordt gedaan met gigantische machines die langer dan 100 meter kunnen zijn en breder dan 10 meter. Het papier kan worden gemaakt met snelheden van 1800 meter per minuut. Een papiermachine is een enorme investering, ongeveer 1 miljoen Euro.

Proces bij een langzeefmachine (Fourdrinier machine)
Het pulp wordt opgelost in water (5% pulp en 95% water). Deze substantie wordt naar het begin van de papiermachine vervoerd, het reservoir. Vervolgens wordt de substantie over de lopende zeef gebracht. Zodra het op de zeef licht zakt een deel van het water door de zeef, waardoor het kwetsbare papier enige structuur krijgt. Het waterpercentage wordt hier teruggebracht van 95% tot 80%.
Het nog natte en kwetsbare vel wordt vervolgens door een hele drukrollen gevoerd, die bekleed zijn met absorberend vilt. (de natte sectie). Aan het eind van dit traject is het waterpercentage teruggebracht tot 60%.

In de laatste fase wordt het watergehalte terug gebracht tot 50% (de droge sectie). Dit wordt gedaan d.m.v. grote droogcylinders die boven elkaar en naast elkaar zijn geplaatst. De cylinders worden binnenin verwarmd door stoom. Het papier gaat er zig-zag omheen en verliest zo meer vocht.
De temperatuur van de cylinders kan tot 120 graden zijn.
Het fabricageproces eindigt als het papier op een enorme "
moederrol" wordt gewonden. Deze rol wordt vervolgens verwerkt tot kleinere rollen. Deze kleinere rollen kunnen dan direct grote drukpersen (kranten bijvoorbeeld) worden gebruikt. Maar de rollen kunnen ook worden verwerkt tot vellen in diverse formaten.
De meest gebruikte machine is tegenwoordig de langzeefmachine, in het Frans wordt deze machine een Fourdrinier-machine genoemd, naar de uitvinder.
Een langzeef is een soort lopende band die kostant draait. De pulp stroomt continue vanuit het reservoir op de langzeef.

Proces bij een rondzeefmachine.
Deze machine kent een lange traditie en wordt minder gebruikt. De rondzeefmachine wordt alleen nog gebruikt voor speciale papieren en waardepapier.
Met deze machine wordt papier gemaakt met een grote roterende cilindervormige zeef.. Deze cilinder draait in een vat dat gevuld is met papierpulp. Het water wordt in de cilinder afgetapt, waardoor de papiervezels aan de zeef van de roterende cilinder kleven. Een andere cilinder, bekleed met vilt, neemt het papier van de cilinder. Vervolgens gaat het papier door de natte sectie en de droge sectie (hetzelfde als bij een langzeefmachine).
Dit productieproces is langzamer en daarom wordt dit proces alleen gebruikt voor papier van hoge kwaliteit. Daarom is de prijs ook hoger.
Met deze methode kan papier gemaakt worden met bijzondere kenmerken: 100% katoen (bestand tegen water en inkt en ruwe behandeling (bankbiljetten bijvoorbeeld)), homogeen papier, een gelijkmatige verdeling van de vezels, een watermerk, een fijne oppervlaktestructuur en uiteraard natuurlijke schepranden.